|
|
|
 |
 |
 |
 |
TALEN |
 |
Vertalers en Taal
|
Om succesvol te zijn als vertaler en tolk dienen de beroepsbeoefenaren te beschikken over een grote affiniteit met taal en zich er ook van bewust te zijn dat ze behoren tot diegenen die de taal dragen, die haar als het ware behoeden. Vertalers en hun opdrachtgevers hebben er belang bij dat een boodschap helder en duidelijk wordt overgebracht. Vaak zijn vertalers niet alleen bezig met vertaalwerkzaamheden maar voeren ze ook redactiewerkzaamheden uit of zijn ze belast met het schrijven van teksten.
|
Moedertaalprincipe
|
De bacheloropleiding vertalen bij Hogeschool West-Nederland kent vier studierichtingen: Duits, Engels, Frans en Spaans. De reden is dat die talen het meeste werk opleveren. Engels is daarbij duidelijk koploper. Voor alle vier talen geldt dat niet alleen een zeer goede beheersing van de vreemde taal van groot belang is, maar ook een uitstekende beheersing van het Nederlands. Deze opmerking heeft vooral betrekking heeft op Nederlanders! In de vertaalwereld wordt namelijk het moedertaalprincipe gehanteerd: men vertaalt van een vreemde taal (de brontaal) in de eigen taal (de doeltaal).
|
Taalbeheersing
|
Voor buitenlandse studenten met als moedertaal een van onze vier talen geldt eigenlijk het omgekeerde. Zij moeten zonder enig probleem Nederlands kunnen lezen en tot op zekere hoogte ook spreken, maar van hen wordt juist een voortreffelijke beheersing van de eigen moedertaal verwacht. Nu geldt bij Hogeschool West-Nederland en ook bij de collega-vertaalopleidingen dat tijdens de opleiding in beide richtingen wordt vertaald en dat ook de examinering daarop is afgestemd. Het is echter wel zo dat bij de beoordeling van het geleverde werk rekening wordt gehouden met het verschil tussen de zogenaamde A-taal (de moedertaal) en de B-taal.
|
|